Articles / Reviews

Adrian Borland - Adrian hoorde stemmen in zijn hoofd (Haarlems Dagblad 13-2-2001

date: Feb 13, 2002

Adrian hoorde stemmen in zijn hoofd 

Alle mooie liedjes van Adrian Borland zijn donkere liedjes. En misschien wel de mooiste regel die hij schreef is tevens een van de donkerste, al is de betreffende tekst terug te vinden op het album dat doorgaans als zijn meest optimistische wordt beschouwd: Alexandria uit 1989. 'My only hope on this lonely night is that you will hold me through the next cold decade', zingt de Engelsman ergens halverwege die plaat. Kenmerkend. Borland op de drempel van de jaren negentig en hij was weer eens verliefd, dus er gloorde een sprankje hoop. De eenentwintigste eeuw zou hij niet meer halen.
 

Noem tegenover een Amerikaanse muziekliefhebber de naam Adrian Borland en hij zal de schouders ophalen. Ook in zijn moederland, Engeland, heeft hij eigenlijk nooit muzikale potten kunnen breken. Nee, beroemd was de op 6 december 1957 geboren Londenaar die op 26 april 1999 een eind aan zijn leven maakte, eigenlijk alleen in Duitsland en vooral in Nederland. Omdat hij met Jeopardy het debuutalbum van zijn groep The Sound in 1980 precies die onheilszwangere muziek maakte waar Nederland op wachtte. Het waren de jaren van de massale anti-kernwapendemonstraties in Amsterdam en Den Haag. Demonstranten ketenden zich aan de hekken van de kerncentrales in Dodewaard en Borssele vast en blokkeerden nucleaire transporten. En daar was die rockgroep die met een zinderende -wanhoop in stem en muziek zong 'Who the hell makes those missiles?'. De timing kon niet beter. Joost Niemöller recenseerde voor deze krant de allereerste tournee van The Sound in ons land, in maart 1981 - bijna twintig jaar geleden: 'Vooral dankzij gitarist/zanger Adrian Borland krijgt de band er op het podium een dimensie bij die het tot een verbluffende muzikale blikseminslag maakt.' Een jaar daarna, tijdens het No Nukes-festival in de Utrechtse Jaarbeurshal in april 1992 jojode een volstrekt ontketende Sound een uur lang tussen hoogte- en dieptepunt van haar carriêre. Daarna kon het alleen nog maar bergafwaarts gaan. Het Haarlemse deel van het Borlandverhaal was toen nog niet eens begonnen. De groep speelde voor het eerst in de Spaarnestad op de openings-avond van het Patronaat, 29 jao­nuari 1984. En pas een jaar of zes later, toen The Sound al op z'n gat lag, werd de Brit een vertrouwde verschijning in het Haarlemse muziek- en horeca-leven en begon hij hier vrieno­den te maken. Dezelfde vrienden die hem deze week in het Patronaat nog eens herdenken met een 'tribute-concert' en een boek vol herinneringen. 

Artistieke lot 
Toch was op het moment dat hij regelmatig te gast in Haarlem was, de vroege jaren negentig, 'the next cold decade', zijn artistieke lot al bezegeld. Reeds lang bezegeld zelfs. Drie jaar en evenveel platen lang, liep The Sound een nek aan nek race met U2, totdat Bono en de zijnen hun beslissende slag sloegen. Sindsdien heeft Borland met het dozijn groeps-en solo-albums dat hij nog maakte nooit meer een mijlpaal kunnen slaan, maar hooguit een aantal voetnoten bij de rockmuziek kunnen plaatsen. En het was zo voortvarend begonnen. Jeopardy, het in 1980 verschenen debuut-album van The Sound liet Boy, de eersteling van U2, moeiteloos achter zich. The Sound en geen enkele andere groep had zich de muzikale erfenis van Joy Division eigen gemaakt. Het schadevrij schoppen van de 'No Future'-punks had plaats gemaakt voor een wanhopig engagement. 'I can't escape myself heette Borlands eerste song op die plaat en hij zal zelf niet bevroed hebben hoe letterlijk die titel kon worden genomen. En met Heartland, Heyday en Miso­siles werd er een apocalyptisch muzikaal panorama geschilderd. 'We will wait, for the night. We will wait' stond er in - kleine witte letters op de zwarte binnenhoes gedrukt. Daarbij vergeleken was U2's 'I will follow' ronduit frivool. Een jaar later werden de volgende albums van beide groepen door velen in één adem genoemd: U2's October en From the Lion's Mouth van The Sound; het muzikale statement waarbij Borland het licht aan het eind van de tunnel trachtte te vinden. 'I was going down; then I started swimming' heette het in Winning één van zijn populairste nummers. Maar terwijl U2 vervolgens keurig op de marketing verantwoorde koers bleef met het doorbraak album War en de hit Sunday Bloody Sunday, begonnen Borland en de zijnen te muiten. From The Lion's Mouth was eigenlijk veel te keurig, te braaf, te 'straight' geweest. Het derde Sound-album dat begin 1982 verscheen heette niet voor niets All fall down en was - puur uit recalcitrantie? ' - abominabel geproduceerd. Kort daarna stond de groep als één van de headliners op het anti- kernenergiefestival No Nukes in Utrecht en zagen duizenden verbijsterde fans een Adrian Borland die even woedend als bezopen zijn repertoire op zinderende wijze naar de hel joeg. Toen The Sound zich twee jaar later artistiek trachtte te rehabiliteren met het uitstekende mini- album Shock of Daylight stond U2 in Ahoy' en was die strijd allang gestreden. Voor The Sound bleef er nog slechts een rol in de marge en dat heeft Borland nooit helemaal kunnen accepteren. Daarmee is de popgeschiedenis van The Sound in feite geschreven, maar het leven van Borland nog lang niet. 

Pop als bedrijfstak 
Op 30 januari 1984, de avond na het eerste Patronaat optreden van de groep zaten we tegenover elkaar in het Amsterdamse café De Balie. ,,Popmuziek is nu eenmaal zowel een bedrijfstak als kunst", zei Adrian. „En bij U2 zijn ze beter thuis in de bedrijfstak popmuziek dan bij ons. Als zij een succesvol product hebben, een formule, dan buiten ze dat veel meer uit." Hij zou het in vrijwel dezelfde bewoordingen nog in talloze interviews herhalen. En over het beruchte No Nukes-concert in Utrecht: „Dat was echt over the top. Dat was de limiet. Die explosie was niet te herhalen, want dan word je gek. Dat werden we in die tijd trouwens toch al." Hoe dat kwam vertelde Borland in diezelfde tijd in een interview met John Oomkes voor het muziekblad Vinyl: „Max was aan de heroïne, Graham aan de coke en ik aan de whiskey. (...) Ik had slechts die fantasie dat wij The Stooges... Adrian is inmiddels dood- en voormalige Sound-toetsenman Max Mayers is hem daarin zes jaar eerder trouwens al voorgegaan. De Adrian Borland van Jeopardy was een man die een strijd tegen de wereld uitvocht; de Adrian Borland, die in de jaren negentig veel in Haarlem rondliep, vocht vooral nog met zichzelf. Zijn handvol soloplaten staan vol ontroerende, knap geschreven en prachtig gezongen, mooie liedjes. Maar ze gaan wél altijd over stuklopende relaties. Omdat alle relaties bij Adrian stuk liepen. Niet alleen die met vrouwen, maar vaak ook met medemuzikanten, schaakvrienden en anderen. Langzaam maar zeker begon zich het ziektebeeld te openbaren dat Adrians moeder in het herdenkingsboek 'schizoïde aandachtsstoornis' noemt: Simpel gezegd: Adrian hoorde stemmen in zijn hoofd. En als hij die stemmen hoorde was hij niet meer voor rede vatbaar. Sjako!-bassist Thijs Vermeuo­len herinnert zich de eerste kennismaking met Borland, eind jaren tachtig. „Rob Acda (in 1994 overleden Sjako!-manager en voormalig Patronaat-programmeur; pb) was een Sound-fan. Hij had Adrian solo zien spelen in De Melkweg. Zijn eerste solo-album Alexandria was net verschenen en hij zocht een band om mee op tournee te gaan. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Borland gehoord, maar toen kwam Rob met hem aanzetten en dat klikte wel. Met Victor Heeremans erbij op toetsen zijn we hem toen gaan begeleiden, als The Citizens. Daarna, in 1992 hebben we hier in Haarlem, in de Bananas-studio's de cd Brittle Heaven gemaakt. En toen dus weer heel Europa door." „Daarna zijn we nog wel doorgegaan. Demo's gemaakt. Maar een nieuwe plaat met ons is er niet meer van gekomen" Hij wilde weer iets in Engeland doen. We hebben wel altijd contact gehouden. Dan kwam hij weer eens bij me langs en zei dat hij z'n nieuwe band weer zat was omdat de bassist op tournee almaar over de tandpasta zeurde, of zo..." „Hij was een geweldige zanger. Dat zeker. Maar ook super-paranoia. Dan zat-ie bij je in de auto en gilde hij opeens dat je moest stoppen omdat er op straat iemand op een bepaalde manier naar hem gekeken had. Dan sprong hij uit de auto, op zoek naar die figuur. Zonder hem ooit te vinden natuurlijk. En aan het eind van de dag dook hij dan plotseling weer op." Medicijnen hielden Borland in de jaren negentig op de been. Medicijnen die de stemmen in zijn hoofd moesten onderdrukken. Soms, zoals tijdens het solo-optreden in café De Roemer in mei 1997 - dat zijn allerlaatste in Nederland zou worden - was daar niets van te merken. En op andere momenten ging het gewoon mis, zoals een kleine twee jaar later in Londen. Hij was een nieuw album aan het opnemen. De muziek stond al op de band; alleen de teksten moesten nog ingezongen worden. Kort tevoren was er weer een relatie op de klippen gelopen. Eén van de songs voor het nieuwe album heette "Destiny Stopped Screaming", Een typische Borland tekst: 'Dark as destiny still screaming; at the crossroads again'. Welke stemmen riepen hem, toen hij die zesentwintigste april aan de spoorbaan stond en de trein naderde? 

2001 Peter Bruyn

<< previous page