Articles / Reviews

Brit en Haarlemse begeleiders steeds spontaner (Haarlems Dagblad 23-1-1990)

date: Jan 23, 1990

Brit en Haarlemse begeleiders steeds spontaner 

Adrian Borland gaat eigen introverte weg
 

Bij de intro van de achtste song, Chrystalline, gebeurt het opeens... de VONK. Van het ene moment op het andere komt het publiek in beweging. Alsof God vanuit de hemel zijn leger beschermengelen de opdracht geeft om bij alle Paradiso-bezoekers tegelijk een schakelaar om te zetten. Vanaf het podium ziet Adrian Borland het gebeuren besluit er nog eens een schepje bovenop te gooien. Het weerzien met de voormalige Sound-frontman, een maand na zijn solo-debuut in het Haarlemse Patronaat, laat een duidelijke ontwikkeling zien. Destijds probeerden zijn Haarlems/Amsterdamse begeleiders nog vooral om geen fouten te maken. Nu, zeven concerten later, is zowel gitarist Wouter Planteijdt als Borland zelf in de gitaarsoli bezig om het dak van Paradiso af te blazen. Ook bassist Thijs Vermeulen, toetsenman Victor Heeremans en drummer Ronald Zeldenrust zijn spontaner en losser gaan spelen, terwijl de koortjes even strak blijven. 

En zo moet het ook. Al wil dat bepaald niet zeggen, dat zich in Paradiso een avondje pure Sound-nostalgie afspeelde. Maar daar leent het huidige werk van de Britse zanger/songschrijver zich ook niet voor. Een belangrijk deel van het Sound-succes was destijds gebouwd op het collectieve 'wij-gevoel' dat het Sound-repertoire bij de postpunk generatie opriep. U2 werd met die formule als een der grootste bands ter wereld. Maar Borland is individueler gaan schrijven, wat Alexandria opleverde, een verzameling prachtig melodieuze, maar introspectieve liedjes die je je heel langzaam eigen maakt. Een plaat die groeit dus. En bij een publiek dat vooral The Sound kent - en ook een beetje op die oude songs hoopt - kan dat behoorlijk verwarrend aankomen. Zo gebeurt het in Paradiso, dat een werkelijk perfecte versie van de openingssong (l need you to) light the Sky vooral afwachtende reactie oproept. En als Borland ' vervolgens echt introvert wordt in No Ethereal („My only hope on this lonely night -is that you will hold me through the next cold decade") en „I need someone to show me the" Other Side of the World, lijkt het publiek echt even het spoor bijster te zijn.

Maar dan volgt Crystalline in een uitvoering die de plaatversie ver achter zich laat. Bingo. Rillingen. Dansen. Als Wouter Planteijdt vervolgens ook nog eens helemaal loos mag gaan in het ruige Caveman, herkennen de fans de gedreven, jachtige rock waarvoor ze gekomen waren. En voor de drie toegiften heeft Borland zelfs nog een handvol echte Soundsongs in petto. Eind deze week vertrekken Borland en zijn band naar West-Duitsland. Daarna volgen Engeland, Zwitserland, Frankrijk, Scandinavië. Tot begin maart zal hij overal in Europa duidelijk proberen te maken, dat hij niet op oude successen wil teren. „Maybe tomorrow will bring that long awaited day, when the world feels brand new," zingt hij in Deep Deep Blue. Als hij daar zelf echt in gelooft, dan zit het wel goed. 

PETER BRUYN 



<< previous page